‘Uit het hart der duisternis,
uit de nacht van het gemis,
houwt des HEREN stem het licht
als een vlam, een bliksemschicht.’

Willem Barnard op z’n best, een tekst als deze. Het gedicht
zelf geeft het licht dat mensen op aarde vaak moeten missen. Pats, in één
schicht slaat het in. Wie het horen wil veert op.
In de synagoge hoort de Psalm bij de sabbatszangen. Heeft dat te maken met de
belijdenis dat de aardse machten zwijgen moeten, omdat God de Ene is? Dat het ‘bodemloos geweld’ niet het laatste is dat spreekt, op aarde? In zijn
verhaaltje over de Psalm* oppert Barnard de gedachte dat het in dit lied vooral
gaat om de ‘stem van God’, zeven keer gehoord in dit lied. De stem van God
sprak, en het was er… en zo zingen wij met onze stem op de rustdag God de lof
toe. Zo staat het er ook: ‘Maar die in zijn huis verkeren zingen luid de lof
des HEREN.’

Dat is een mooie gedachte. Maar toen Barnard zijn meditatie bij de Psalm schreef
was dat veertig jaar nadat hij de psalm berijmd had, samen met W.J. van der
Molen. Over die berijming, hoe goed ook, heeft hij dan toch zijn twijfels
gekregen. Nú zou hij de zevenvoudige stem er beter uit laten komen, zegt hij. En ook zou hij dat woord uit de Engelse vertaling proberen te vertalen: Worship the Lord in the Beauty of his Holiness, Prijs God in de schoonheid van zijn heiligheid.
Ik lees en zing de psalm nog eens door, kijk naar de oorspronkelijke tekst in
de bijbel. Wat is er veel bij verzonnen. En wat past dat goed! Die nacht van
het gemis, een pastoraal gegeven tot en met, bijvoorbeeld, en dan dat diepe
woud, het is in het Hebreeuws niet terug te vinden. Weinig woud in Israël, al
wordt natuurlijk wel naar de bomen op de Libanon verwezen.
Er mist ook wat. De hinden, die op hun vlucht door weeën worden overvallen, en
zomaar hun jongen werpen, ontbreken. De geiten zijn weg. Elf bijbelverzen,
omgezet in 48 regels Nederlands, zulke verschillen! Verder zoekend kom ik op de
berijming 1773, en constateer: eigenlijk hebben Barnard en Van der Molen Psalm
29 uit 1773 willen herzien. Het was een van de eerste projecten, na het
oppakken van het oude psalmboek, en in deze psalmberijming overheerste de wens
niet te ver af te staan van de oude vertrouwde woorden. Vandaar misschien ook,
dat deze psalm zelfs een half vers langer is dan de oude berijming, terwijl het
meestal andersom is.**
Puristen zullen wellicht fronsen, na deze woorden. Is dit nog wel een berijming,
of is het een lied naar aanleiding van de Psalm geworden? Het is één van de
vele mogelijke berijmingen, ja, denk ik
dan. Een van de manieren waarop een mens de oude woorden omzet in de taal van
zijn leven. Om dan een half leven later te zeggen: het kan ook héél anders.
Daarmee wordt het geen verkeerde berijming, integendeel, het is een tekst met
hart en ziel. Dat merk je, als je hem zingt.

Zondag zingen we deze Psalm, na de preek. De stoere taal van Ezechiël –de eerste
lezing, 17:21-24-, nu opeens heel teder als het over de twijg van de grote
bomen gaat, krijgt een vervolg in deze verzen. IJzersterk en krachtig, en toch
ook teder in toon en taal. Met de cantorij zingen we vers 4 in de zetting van
Goudimel, vol beweging en klankkleur. En dan weer allen samen vers 6 met die prachtige
sabbatszegen aan het slot:
Overvloedig deelt Hij mede
voorspoed en geluk en vrede.

Psalm 29 hoort bij de niet zo bekende psalmen. Ik weet niet of ik hem ooit
gezongen heb. In 1806 werd hij door de makers van de Evangelische Gezangen
geplaatst in het rijtje met ‘dragelijke psalmwijzen’, de een-na-laagste, net vóór
‘verwerpelijke wijzen’. Onze cantor kent hem wel direct, uit de berijming 1773:
‘Aardse machten…’- voor organisten op Urk een heerlijke psalm, met al dat
natuurgeweld, storm en donderslagen.

*In ‘Tegen David aan praten, gepeins bij psalmen’, p.
116-118.
** Nog even nagekeken in Schroten, het dikke boek over de totstandkoming van de Psalmberijming 1967. Prof. Heeroma, Muus Jacobse, had in 1950 een eerste versie van Ps 29 gemaakt, maar die trok hij weer in. Op de Pietersberg, Oosterbeek, werkten van 11 tot 16 april 1955 Barnard en van der Molen aan een aantal psalmen, daarbij ook deze. Maar later, toen er in de Commissie nog veel kritiek op kwam, werd het toch steeds meer de psalm van Barnard. Aanvankelijk had de geref. oudtestamenticus Gispen heel veel bezwaar tegen de tekst: te ver áf van het origineel. Uiteindelijk werd de psalm na nog vele malen schaven als een prachtige berijming beoordeeld, en daarmee nam de redactie de afwijkingen van de Hebreeuwse basis voor lief. In de zeer summiere verslaglegging zijn de verschillende tekstversies niet te vinden; ook vergelijkingen met berijming 1773 ontbreken.

Voor wie het niet meer zo paraat heeft, hier de tekst, (c) isk, uit het Liedboek voor de Kerken.
Psalm 29
1
Gij die hoog verheven zijt,
geeft den HERE heerlijkheid,
geeft des HEREN naam de eer,
buigt u juichend voor Hem neer.
Hoort de grote stem des HEREN,
alles moet zich tot Hem keren.
Machten, die het hoofd opsteken,
worden stil als God gaat spreken.

2
Op de waatren wijd en zijd
dreunt zijn stem vol majesteit.
Grote vloeden stuwt Hij voort
en Hij dwingt ze met zijn woord.
Donderslagen doet Hij spreken
en de watermassa’s smeken.
Hoort de grote God der ere!
Machtig is de stem des HEREN.

3
Sterke bomen buigt zijn stem.
Hoogten knielen neer voor Hem.
Zelfs de trotse ceder breekt
als de storm zijn machtwoord spreekt.
Bergen als gehoornde dieren
springen op om God te vieren.
In de reidans voor zijn ogen
wordt de Libanon bewogen.

4
Uit het hart der duisternis,
uit de nacht van het gemis,
houwt des HEREN stem het licht
als een vlam, een bliksemschicht.
Ja, zijn stem is op de steppe
als de winden die zich reppen;
als de storm zal Hij verschijnen,
beven doet Hij de woestijnen.

5
Tot in ’t diepste van het bos
maakt zijn stem de stammen los,
plant de echo van het woord
zich in dood en leven voort.
Ja, zijn stem in storm en regen
brengt ontzetting allerwegen.
Maar die in zijn huis verkeren
zingen luid de lof des HEREN.

6
Boven ’t bodemloos geweld
heeft de HEER zijn troon gesteld.
Hij die zetelt op de vloed,
Koning zal Hij zijn voorgoed.
Levenskracht zal Hij ons geven,
ja, zijn volk zal Hij doen leven.
Overvloedig deelt Hij mede
voorspoed en geluk en vrede.