U laat ons volharden in wachten…
u, God van alle tijd,
u wilt dat we wachten op de goede tijd,
het moment waarop we ontdekken
wie we zijn,
waar we heen willen,
wie bij ons zal zijn
en wat we moeten doen.

Daarom danken we u:
voor de tijd waarin we wachten.

U laat ons volharden in goed zien…
u, God van alle ruimte,
u wilt dat we goed kijken op de goede en de verkeerde plaatsen
op zoek naar tekens van hoop,
naar mensen die de hoop verloren hebben,
naar beelden van hoop, een betere wereld
die opduikt tussen de teleurstellingen om de wereld zoals we die kennen.

Daarom danken we u:
voor de tijd waarin we zien en zoeken.

U laat ons volharden in liefhebben…
u, de God die ‘Liefde’ heet,
wilt dat we zijn als u –
dat we liefhebben de liefdeloze, de ongeliefde, de niet-zo-lieve;
dat we liefhebben zonder jaloezie of verborgen bedoeling, zonder dreiging;
en, dat wat het moeilijkst is,
dat we onszelf liefhebben.

Daarom danken we u:
voor de tijd van het liefhebben.

Bij dit alles houdt u het met ons vol…
bij moeilijke vragen zonder simpele antwoorden,
door onze mislukkingen heen, als we dachten dat we het wel konden,
en door een draai te geven de goede kant op, als we dachten dat het ons nooit zou lukken,
door het geduld en de aanmoediging en de liefde van anderen,
en door Jezus Christus en de Heilige Geest –
zo volhardt u met ons!

Daarom danken we u:
voor de tijd waarin u volhoudt,
voor de tijd waarin wij volhouden,
nu en altijd.
Amen.

Uit Avondgebed A, ‘toen het nog heel stil was’, in ‘Vieren met teksten van de Wild Goose Resource Group, vertaald door Roel Bosch. p. 53, 54.