Blog Image

Roel Bosch

Over dit blog

Beschouwingen en teksten, columns en artikelen.
Vrij gebruik in context waar de teksten tot hun recht komen, met auteursvermelding.

Bondgenoten of tegenstanders?

Over mijzelf Posted on vr, oktober 07, 2016 15:20:06

Loyaal zijn aan beiden als twee van je vrienden elk een
andere kant op gaan is lastig. Dat gevoel bekruipt me nu ik in het reine moet komen
met het bericht dat het Utrechts Landschap het Franciscaans Milieuproject van
zijn landgoed Stoutenburg wil laten verdwijnen.

Met beide partners heb ik lijntjes lopen. Vanaf mijn komst
naar Zeist ben ik lid, nee, ‘beschermer’ van het Utrechts Landschap. Die titel
alleen al schept verwachtingen: ik doe er toe! Sinds vier jaar zet ik me ook
daadwerkelijk elke vrijdagmorgen in op landgoed Heidestein. Ik volg cursussen,
leer over bosbeheer en groen erfgoed, help bij de coördinatie, en ben zo een
van de ruim 500 vrijwilligers die de organisatie niet kan missen. Echt een
beetje beschermer, ja.

‘Stoutenburg’, het milieuproject, ken ik al een jaar of
twintig. Ik was er wel eens een weekend, en ken de inzet van de oprichter Guy
Dilweg, de Franciscaan die al bezig was met milieu en duurzaamheid toen de
meeste kerken nog van niets wisten. Al toen de Cfk’s aan de orde waren, maar
Global warming nog niet bekend was. Sinds enkele jaren loopt er nog een
lijntje, omdat mijn zus en zwager tot de communiteit zijn toegetreden.

Maar het milieuproject levert te weinig op. De huurverhoging
die het Landschap het Milieuproject oplegt, 200 procent, kan deze groep niet opbrengen, en dus
moeten ze gaan. Het feit dat de brandweer de voorzieningen voor groepsgebruik
heeft afgekeurd, en de onwil van de eigenaar om te investeren, maken een
huurverhoging nog veel minder reëel. Pogingen om er uit te komen zijn niet
geslaagd. De rechter deed deze week uitspraak: Nu moet de communiteit het veld
ruimen, de tuin en kassen, de kapel en woonruimtes achterlaten.

In een eerder stadium bracht ik mijn zorgen netjes onder
woorden, in een brief aan de rentmeester (directeur) van het Utrechts
Landschap. Daar kwam een vervelend antwoord op: alsof het niet ontvankelijk
was. ‘Privézaak, daar hebben we het niet over.’ En nu de uitspraak er ligt, en Stoutenburg
zijn ziel kwijt gaat raken, knaagt dat door, merk ik. Wat is dat voor een
organisatie die als het gaat om natuur en duurzaamheid niet zoekt naar
bondgenoten? Die niet durft zeggen waar de zwaktes liggen, en de ‘beschermers’
geen kans geeft te beschermen? Die weet dat haalbaarheidsonderzoeken naar een
rendabeler exploitatie niet hoopgevend waren, maar toch een bondgenoot in de
wereld van groen en duurzaamheid zo snel mogelijk uit het zicht wil zien
verdwijnen?

Ik weet het, de Nederlandse natuurbeschermers hebben het niet
gemakkelijk. Sinds staatssecretaris Henk Bleeker ze het liefst allemaal had
opgedoekt is de toestand licht verbeterd, maar de fleur van de vorige eeuw is
er af. De verenigingen Natuurmonumenten, de 12 Landschappen, Vogelbescherming
en wat er verder nog is moeten hard vechten voor hun voortbestaan. Het zijn
krimporganisaties geworden.

Ik zou zeggen: zoek bondgenoten, bij dat gevecht. Doe een
beroep op de miljoenen Nederlanders die een positief gevoel hebben als je naam
genoemd wordt. Zoek bondgenoten bij instituten en clubs die voor een deel
dezelfde doelen hebben. Maak vrienden bij partijen die ook aan groen en
duurzaamheid doen, haak in op maatschappelijke tendensen. Wees zuinig op je
vrijwilligers, en op de buren die de terreinen die je beheert een warm hart
toedragen. En dwing ons geen loyaliteitsconflict op.

En ja, vanochtend was ik weer op Heidestein, bezig met
bestrijding van de vogelkers. Mooi werk…

Zie ook de site van Stoutenburg, www.stoutenburg.nl/Persbericht2016.html.



Pisang goreng en seroendeng

Over mijzelf Posted on di, juni 17, 2014 20:49:06

In het laatste beeld van mijn grootvader van moeders kant,
Hilbrand Goedhart, loopt een man al heel vroeg door huis, wat somber ogend, als
na een zware nacht. En aten we bij hem thuis ’s avonds de nasi die hij maakte.
Met boemboegroenten van de toko, komkommer gesneden in repen in de lengte,
seroendeng waarvan ik niet weet of hij het zelf roosterde, met een eigen
kruidenmengsel, of dat hij het zo kocht. Gebakken banaan ook, pisang goreng,
niet zoals bij de Chinees in een bloemdeegje in de diepe frituur, maar in de
lengte doormidden in een koekenpan.

Als kleinkind van 9 logeerde ik er; een verkeersongeluk
maakte een einde aan zijn leven toen ik 10 was. Pas later kwam stukje bij
beetje het verhaal van zijn gezin naar boven. Boerenzoon uit een groot gezin in
de buurt van Alphen aan de Rijn, kon goed leren, deed kweekschool, vond zijn
geliefde Christina van Dam, dochter van een aannemer, en vertrok ‘voor de
zending’ naar Magelang, Midden-Java. Dat was rond 1919. Daar werden tussen 1922
en 1934 de zes kinderen geboren. Mijn moeder was de derde van zes.

Oma en opa kregen eerst twee jongens, die sprekend op elkaar
leken, korte tijd er tussen; en na mama Hilda opnieuw twee jongens en een
meisje. Hun jeugd leek onbekommerd, op school met andere Nederlandse meisjes
maar ook met indo- en chinese kinderen, thuis vaak met vrienden van andere
gezinnen. De wereld van school, ziekenhuis en kerk op Midden-Java was een smeltkroes
van mensen van her en der, begaafde idealisten, avonturiers, gelovigen met wat
minder realisme, anderen praktisch aangelegd. In de brieven naar zijn ouders
kwam een gewetensvolle onderwijzer naar voren, betrokken op zijn leerlingen en
collega’s, die het moeilijk kon hebben dat niet iedereen even energiek bleek te
zijn.

vader
en moeder Goedhart-van Dam, hun vier jongste kinderen en twee personeelsleden,
1937

Op de foto’s uit de jeugd van mijn moeder staan veel mensen,
groot en klein, van Nederlandse komaf. Maar vaak ook één of meer ‘inlandse’
mensen, dan wel altijd op de achterste rij; soms ook is er een klassenfoto waar
chinese kinderen tussen de ‘blanda’s’ zitten. Als kind begon ik langzamerhand
te begrijpen waar mijn moeder haar vriendinnen had opgedaan, met namen als Bie
en Erna en Ko. Uit het nieuwe Indonesië waren ze gevlucht naar het koude
Nederland. De discriminatie van de ethnische groep die wel de Joden van Azië worden
genoemd had hen het leven daar moeilijk gemaakt. Een paar keer per jaar kwam ik
uit school, en dan was het gezellig druk in de kamer. ‘Adoe, Hilda, wat vertel
je me nou’, herinner ik me de vrolijke uitroep van een van haar vriendinnen. En
dat in het beschaafde Den Haag, in een wat stijve gereformeerde omgeving. Een
wereld van anders-zijn stak zo nu en dan de kop op.

Bij mijn groter worden kwam bij stukjes en beetjes het leven
van mijn moeder en haar gezin van herkomst uit de verf. De feiten waren al lastig
genoeg – de emotionele lading ervan blijft een gis. Ik moet me inleven in een
stel ouders die hun kinderen vanaf hun twaalfde levensjaar moesten loslaten. Op
de boot naar Nederland, waar ze bij opa en oma in Alphen gingen wonen. Die
moesten hen dan maar helpen met de gang naar school – uiteindelijk ook met de
gang naar volwassenheid. Mijn moeder ging als derde, in de zomer van 1939. Ze
kwam aan met een koffer vol zomerjurkjes, en in oktober had ze niets om aan te
trekken… Het zou zeven jaar duren voordat ze haar ouders en haar broertjes en
zusje weer zou zien. Toen kwamen die aan, op drie verschillende boten, met
lange tussenpozen. Oma en Chris eerst, ziek, gekwetst. Chris had polio
opgelopen en zou al snel overlijden, moeder volgde snel daarna. Opa en dochter
kwamen samen, met een volgend schip. Ze waren zowat vreemden voor elkaar
geworden, na jaren in verschillende kampen; toch zou hun band daarna altijd
sterk zijn. De laatste, Leen, had precies de verkeerde leeftijd gehad. In een
apart jongenskamp leefde hij een leven waar hij pas tientallen jaren later, na
een hartaanval, over kon spreken. Zijn kwetsbare puberjaren tekenden hem voor
het leven. En toen hij terugkwam was het Nederlandse systeem niet op hem
berekend. Hij vond een vrouw, samen gingen ze, teleurgesteld, naar de Verenigde
Staten. Zijn nakomelingen steunen de Tea Party. En nemen elke keer als ze hier
zijn boemboe nasi goreng mee terug, zoals ook hij dat deed…

Uit de boeken van Geert Mak over zijn vader de dominee, en die van de gebroeders Verkuyl, allemaal
actief in de zending van de Gereformeerde Kerken in Nederland, komt een beeld
boven dat past bij mijn opa. De oude vakjes uit Nederland lagen in Nederlands
Oost-Indië voor de oorlog al een beetje open. Contacten met rooms-katholieke
landgenoten in de missie en hervormden in de zending, waren heel gewoon. In
Magelang hadden ook de Schotse zending (van de Presbyterians van de Church of
Scotland) een vestiging, waar ook Nederlanders werkten. De ervaring tijdens de
oorlog maakte samenwerking vanzelfsprekend. In de kampen vielen grenzen weg. De
groei van het Aziatisch zelfbewustzijn ervoeren ze dagelijks. Terwijl veel
planters en handelaren op afstand stonden van hun personeel, waren degenen die
voor de zending werkten nauw betrokken bij de autochtone bevolking, én bij de
andere bevolkingsgroepen die een belangrijke bemiddelende rol speelden, met
name de Chinezen.

En toen kwam de ommekeer, het nieuwe zelfbewustzijn, door
mijn grootvader niet als zo vreemd ervaren. De retoriek in Nederland, en zeker
in de gereformeerde wereld waar hij weer in terecht kwam, ‘wij laten ons Indië
nooit los’, deed een aanslag op zijn loyaliteit aan een land dat voor hem een
eigen waarde had gekregen. Tegelijk was hij door die gereformeerde kerk steeds
gesteund, uitgezonden geweest. En droeg hij de littekens van ‘de gordel van
smaragd’ in zijn lijf en vooral in zijn ziel. Hij sloeg zich verder het leven
in Holland door. Als leraar op een ambachtsschool had hij goed contact met zijn
leerlingen. Ik speelde als kind met een houten garage die zij gemaakt hadden.

Toen hij en zijn vrouw terugkwamen troffen ze drie volwassen
kinderen aan, allemaal al met verkering, vol plannen, met een eigen weg voor
zich. Natuurlijk was mijn moeder dolblij dat ze haar ouders nog, weer had – maar
proefde ik de onzekerheid over de goedkeuring van de relaties zelf niet ook nog
heel sterk terug, toen ik zelf mijn weg zocht? En trokken de Indië-ervaringen
van mijn moeder samen met de Rotterdamervaring van mijn vader niet een zware
wissel op hun leven? De kwetsbaarheid van het leven, de verlatenheid, de angst
voor de koude oorlog, zoveel meer mengde zich met geuren uit dat verre land.

Ik kom het altijd weer tegen. Als ik iets te vieren heb maak
ik er graag een rijsttafel van. Altijd weer anders, veel op het gevoel, met de
geuren in mijn geheugen, net naar gelang de mensen die komen, de stemming waar
ik in ben. Maar altijd met zelf geroosterde seroendeng, komkommer in lange
repen, en pisang in de lengte doormidden in een koekenpan; banaan die al zwart
wordt geeft de beste pisang goreng.

Met dank aan zoon Kor, die de scriptie ‘Het gezin Goedhart en het koloniale huishouden’

schreef, bij het vak Gendergeschiedenis, Radbouduniversiteit Nijmegen, docente Geertje Mak. Vooral over de interpretatie van de foto’s in het album, en de plaats en rang van de verschillende leden van de huishouding.



‘Luister naar me als ik mijn ervaringen met je wil delen.’

Over mijzelf Posted on zo, oktober 13, 2013 15:00:29

Mijn ervaringen delen. Kon ik dat, als kind? Nu ik denk over
wat te schrijven komt een eigen herinnering, een ervaring, boven. Ik zie mezelf
weer op een woensdagmiddag bij een meisje uit de klas, thuis, een straat
verderop. Ze was net nieuw op school. Ze is ook niet lang gebleven. Haar moeder
lag in bed, er waren oudere zussen die de leiding hadden. Ik begreep wel dat
moeder heel ziek was. Wat snap je verder, als je 7 bent? We speelden, praatten,
ik ging weer naar huis. Het was 1965. Ik zou mijn klasgenootje niet meer
herkennen.

De mededeelzame tijd was toen nog niet aangebroken. We
leefden in de tijd dat ik als kind niet hoefde te weten dat opa stervende was,
en zeker ging ik niet naar de begrafenis. Ieder z’n wereld, het kind en de
volwassene. Het was een fictie; want als kind zag ik toch die wereld van de
grote mensen, het verdriet in dat gezin, maar ook de hartelijkheid van die
zieke vrouw op het bed, die het haar dochter gunde: even kunnen spelen.

Zou ik er thuis over verteld hebben, over wat ik daar
aantrof? Ik vermoed van niet, ik kan het niet meer navragen. Voor zover ik dat
zie heb ik er niets aan overgehouden. Behalve misschien dat ik me nu als pastor
bewust begeef in situaties als deze? Wie zal het zeggen!

Het lijkt een open deur, die stelling: ‘Luister …’ Dat doen
we toch al zoveel? Is er niet veel verbeterd sinds de jaren ’60 en ’70? De
kringgesprekken vanaf groep 1 basisschool maken verhalen los. Het meisje met de
zieke moeder zou het dan vast wel verteld hebben. En ik met m’n opa.

Maar wacht. Er staat niet: ‘Luister naar mijn ervaringen’.
Dat gebod zou aanleiding geven tot uithoren. Tot het beginnen met een
kruisverhoor. ‘En Roel, jij wilt vast ook wel iets vertellen over, ja zeg het
maar?’ Dat levert van die vreselijk onveilige momenten op. Met gekromde tenen
zit ik zo soms in de buurt van een gesprek met kinderen. In de trein, of soms
ook in de kerk, bij het gesprek met de kinderen. ‘Je hebt vast ook wel eens een
hekel aan je kleine zusje?’ Gelukkig zijn er veel kinderen die wijs kunnen
zwijgen.

Er staat: ‘Luister naar me als ik mijn ervaringen met je wil
delen.’ Als ík wil. Op het moment dat ik daar aan toe ben. Je doet het goed,
als je helpt om zo’n moment te creëren. Als je laat merken dat het veilig is.
Doordat je de goede taal gebruikt, een veilige ruimte in stand houdt, weet hoe
je met afstand en nabijheid omgaat. Wanneer je de tijd kunt duiden. Weet
wanneer het genoeg is, en ik als kind weer verder ga met de dingen die ook
belangrijk zijn, de tekening afmaken, een spel, een pop aankleden.

Let ook nog op het werkwoord: er staat niet ‘vertellen’,
maar ‘delen’. Een ervaring vertellen, dat gebeurt in een boek, in een
krantenartikel. ‘Tjonge, interessant’, reageert de ander. Een gedeelde ervaring
is méér geworden, en tegelijk ook kleiner. Wat zwaar is en moeilijk, werd in
het delen dan wel niet gehalveerd, maar toch ging er iets van over naar die
ander. Die ander, die door te luisteren, me aan te kijken, te zwijgen, te
glimlachen, wat van me heeft overgenomen. En dat was goed.

U als lezer heeft geluisterd, naar mij, als kind van toen.
Dat luisteren en dat delen gaat nog steeds door. Ik hoor ze nog steeds, de
kinderen, ook als ze als oud geworden mens hun verhaal willen delen. Over de
zus die die hongerwinter niet overleefde en dat niemand huilde, over de broer
die niet meer thuis mocht komen want, ja waarom eigenlijk, over de vader die
een hardvochtig bewind voerde, of juist ondanks de ziekte van zijn vrouw de
kinderen kind liet blijven. En ik probeer ze ook te horen in de kinderen van
nu, die om de tafel zitten bij de basiscatechese en in die ene zin opeens een
wereld kunnen openen. Dan steken we, na de verhalen, een kaars aan, en we delen
de verhalen met elkaar en met God. Wetend dat ook dat wat niet verteld is er
mag zijn. Sommige ervaringen zijn al gedeeld, ook zonder dat er over gesproken
is. Voor alles is een tijd en een wijze. Luister maar, dan hoor je het wel.

* ervaringen delen vraagt om een veilige omgeving. Wat heeft
u nodig, voordat u uw ervaringen kunt delen?

* is er iets uit uw eigen verleden, als kind, of later, dat
u nu zou willen delen?

artikel in Contextuele berichten herfst 2013,
nummer over de tien geboden voor de kindertijd. zie vorige blog. te bestellen via info@contextueelpastoraat.nl .



Publicaties

Over mijzelf Posted on za, augustus 24, 2013 09:52:55

Publicaties o.a.:

‘De Hervormde Kerk in de
periode 1795-1840’,
R.A. Bosch en Freek Pereboom, in ‘Van scheurmakers,
onruststokers en geheime opruijers…’, de Afscheiding in Overijssel,
Kampen
1984, 44-97

Het conflict rond Antonius van der Os, predikant
te Zwolle 1748-1755
Kampen IJsselakademie 1988,
proefschrift

‘Schortinghuis in Overijssel. Het verbod op “Het
innige Christendom”, 1740-1750’,
in De Kerk in de Kop, bouwstenen tot de kerkgeschiedenis van Noord-West
Overijssel
, Delft 1995, 217-246.

‘En nooit meer oude Psalmen zingen’, zingend
geloven in een nieuwe tijd, 1760-1810
Zoetermeer 1996

‘De psalm als gezang in de christelijke
eredienst-beschrijving van een actueel spanningsveld’
in GTT 1997/3

Roel Bosch, Schiedammers
van overal en nergens en hun kerken
, Schiedam 1992

‘Twee
generaties Schortinghuis, catechese in een tijd van vroomheid en verlichting’,
in Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, 1999, 79/2, 204-225.

‘Liduina van Schiedam in haar context’ in Beelden
van Liduina, die maghet van Scyedam
,
Schiedam 1999, p. 37-52

‘”Men zelden ziet een koordendanser in zijn bed
sterven…”: de Protestantse kerk in Nederland en zelfmoord’, in De
Achttiende Eeuw
33, 2001/2, 133-140

‘En wat men zong, wist men, dat psalmen waren.
Psalmzingen in de protestantse traditie in Nederland’, in Herademing,
tijdschrift voor Spiritualiteit en Mystiek
, 2001/34, 32-36

‘De Psalmen als mobiel liturgisch centrum’, p.
155-163 in Liturgisch Centrum, Taal in
Schrift en Eredienst, opstellen voor Dirk Monshouwer,
Hilversum 2001, red.
Gerben Westra

‘Zielzorg. Visitatie en catechisatie in de
kerker’, in Achter slot en grendel, schrijvers in Nederlandse gevangenschap
1700-1800,
red. Anna de Haas, Zutphen 2002, p. 37-42

‘Kiezen en delen, over bijbelleesroosters in de
liturgie’,
in Vieren, tijdschrift voor wie werkt aan liturgie, 2004/1, 22-26

In orde, oecumenisch leesrooster 2004-2007, eindredactie, Zoetermeer/Hilversum 2004

In orde, oecumenisch leesrooster 2007-2010, eindredactie, Zoetermeer/Amersfoort 2007

In orde, oecumenisch leesrooster 2010-2013, eindredactie, Zoetermeer/Amersfoort 2010

Liedteksten in Liederen
en gebeden uit Iona en Glasgow,
Kampen 2003, 22, God, de stem die sprak, en
44, Neem de plaats, de ruimte en de tijd, en in

Opstaan!
meer liederen uit Iona, Glasgow en de rest van de wereld
, red. Ned. Iona groep, René Silvis, Dirk
Strasser, , Kampen 2008, onder andere 24, Opstaan,
morgen!,
25, Schemering omgeeft ons,
31 Vrede wens ik je toe.

‘Die Statenberijming von 1773 in den Niederlanden,
Staatliches Bemühen, theologische Grundlagen und kirchliche Rezeption’, in Der
Genfer Psalter und seine Rezeption in Deutschland, der Schweiz und den
Niederlanden. 16.-18. Jahrhundert
.
Hg. v. Eckhard Grunewald, Henning P. Jürgens und Jan R. Luth. 2004, Tübingen

Roel A. Bosch, Schortinghuis,
inleiding met kernteksten,

Kampen 2006 Uit betrouwbare bronnen

Roel Bosch, ‘Vragen naar thuis, contextueel studentenpastoraat’,
p.225-243, in Uit betrouwbare bronnen. De
pastorale praktijk vanuit contextuele optiek
, Marianne Thans, red., Zoetermeer
2007

Roel A. Bosch, De
kleur van God, drie jaar teksten en tekeningen bij het leesrooster,
Zoetermeer 2007

Roel Bosch, Godsdienstig liberalisme in de
Gereformeerde Kerk. Antonius van der Os, slachtoffer van het licht’, in Een veelzijdige verstandhouding; Religie en
Verlichting in Nederland 1650-1850,
111-118, Nijmegen 2007

Roel Bosch, ‘De eredienst als strijdperk van
Verlichting. De psalmberijming van 1773’, in Een veelzijdige verstandhouding; Religie en Verlichting in Nederland
1650-1850,
209-226, Nijmegen 2007

Roel Bosch, ´Evangelische
gezangen´, in Het Gereformeerde Geheugen, protestantse herinneringsculturen in
Nederland, 1850-2000
, George Harinck e..a red., Amsterdam 2009, 551-562

Roel A. Bosch, ‘Geordend bijbellezen in kerkelijk
Nederland, het oecumenisch leesrooster van 1997 tot heden’, in Beter meer dan een… de bijbel in het
Nederlands
, Boxtel 2009, red. Ph. van Heusden.

R.A.Bosch, ‘Van psalmtekst naar lied, van
vertaling naar berijming’, p.15-27 in Met
Andere Woorden 31/3, themanummer Psalmen
, sept. 2012, Nederlands
Bijbelgenootschap

Roel A. Bosch, Er
zijn. Keltisch-christelijk geloven
, Zoetermeer 2013

Roel Bosch, in Liedboek,
zingen en bidden in huis en kerk
, Den Haag/Zoetermeer 2013,
liedteksten 23c*, 62c, 131a, 153, 223, 299k, 821, 879, vertalingen p. 1317,
p.1336, p. 1337, p. 1415 (3), p. 1525, teksten p. 1375 (1), p. 1488 (1)

Roel Bosch, ‘Verlichte vriend van duisterlingen,
Jan Scharp 1756-1828’, in Verlichting in
Nederland 1650-1850, Vrede tussen Rede en Religie?
, red. Jan Wim Buisman,
Nijmegen 2013

Roel A. Bosch, Steeds weer zoeken mijn ogen naar U, de psalmen in Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk, Zoetermeer 2014

Vieren met teksten van de Wild Goose Resource Group, Wild Goose Resource Group, Iona Community, vertaald door Roel Bosch, Utrecht 2018



Over mijzelf

Over mijzelf Posted on za, juni 20, 2009 22:00:16

Biografie

Roeland
Albert Bosch, geboren in Den Haag, april 1958. Derde in de rij, na
broers Aleid (1950) en Chris (1953), voor zus Marjan (1963). Gymnasium
Sorghvliet, theologie studie in Kampen, parttime dominee in Twello
Gelderland, tussen Deventer en Apeldoorn. Daarna, 1988, naar Schiedam,
fulltime predikant, en 1999 naar Maastricht, als parttime
studentenpastor. Vanaf sept 2008 in Zeist, als dominee van de
NoorderLicht-gemeente, www.noorderlichtgemeente.nl . Daarnaast vanaf
1999 eindredacteur van De Eerste Dag. Lid van de redactie van het
Nieuwe Liedboek, dat 2013 verscheen, ten dienste van een
bonte verzameling van zes Nederlandse en twee Vlaamse kerkgenootschappen.
Vrijwilliger in het bosteam Heidestein, Utrechts Landschap, sinds okt. 2012.
In 1981 getrouwd met Marleen van den Berg, kinderen Eelkje Christine, Christine, 1983 en Kornelis Hilbrand, Kor, 1985.

Interesses

vogels, taal, wandelen, zingen

Curriculum vitae Roel Bosch

Persoonlijke gegevens

Roeland Albert Bosch, geb. 16 april 1958, Den Haag

School, studie, wetenschap

Eindexamen Gymn.A (’s Gravenhaags Chr. Gymn. Sorghvliet) 1976

Doctoraal examen Theol. Hogeschool Kampen 1983,
hoofdvak Kerkgeschiedenis/Kerkrecht, bijvakken Nieuwe Testament en
Dogmengeschiedenis

Promotie Kampen 1988,

post-doc. Theol. Universiteit Kampen, 50%, mei
1993 – december 1995

Predikant GKN/PKN,

Twello, sept. 1983-sept. 1988,
70 %

Schiedam, sept. 1988-april 1993, januari 1996-januari 1999

Predikant Gereformeerde Kerk Schiedam, 50%, mei
1993 – dec. 1995

(in
combinatie met 50% postdoc Kampen)

Maastricht, studentenpredikant, 75%, januari 1999-2008,
verbonden aan Protestantse Gemeente St Jan, gedetacheerd bij de Oecumenische
Studentenekklesia Tafelstraat 13

Predikant Zeist, verbonden aan de Protestantse
Gemeente in wording NoorderLichtgemeente, 2008-heden

Overige: Eindredacteur ‘De Eerste Dag, handreiking voor
de jaarorde, aangeboden door de Raad van kerken in Nederland’
1999-heden.

Redactielid Liedboek, in opdracht van de
Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied, voorzitter Werkgroep 1, Psalmen en
bijbelse kantieken, 2008-heden.

Bestuursfuncties o.a.

Kinder- en Jeugdtelefoon, Telefonische Huldienst
Deventer,

Campagne Schiedammers van overal en nergens,

Inloopcentrum ‘In de Roode Leeuw’ Maastricht,

Pastoraal Café voor mensen met een psychiatrisch
verleden, Zeist.

Wetenschap o.a. Associate Member of LISOR, Leiden Institute for the Study Of
Religion,

dec. 1995 – 2005. Terrein van het onderzoek: ‘Formulation and
Reformulation of Christian Tradition’, ‘Dutch Enlightenment in its
International Context’.

Lid ‘Groep ‘95’, een interdisciplinaire onderzoeksgroep
rond cultuur en geschiedenis van de Verlichting in Nederland, gecentreerd rond
het jaar 1995 – 1996-heden

Publicaties o.a.:

Publicaties o.a.:

‘De Hervormde Kerk in de
periode 1795-1840’,
R.A. Bosch en Freek Pereboom, in ‘Van scheurmakers,
onruststokers en geheime opruijers…’, de Afscheiding in Overijssel,
Kampen
1984, 44-97

Het conflict rond Antonius van der Os, predikant
te Zwolle 1748-1755
Kampen IJsselakademie 1988,
proefschrift

‘Schortinghuis in Overijssel. Het verbod op “Het
innige Christendom”, 1740-1750’,
in De Kerk in de Kop, bouwstenen tot de kerkgeschiedenis van Noord-West
Overijssel
, Delft 1995, 217-246.

‘En nooit meer oude Psalmen zingen’, zingend
geloven in een nieuwe tijd, 1760-1810
Zoetermeer 1996

‘De psalm als gezang in de christelijke
eredienst-beschrijving van een actueel spanningsveld’
in GTT 1997/3

Roel Bosch, Schiedammers
van overal en nergens en hun kerken
, Schiedam 1992

‘Twee
generaties Schortinghuis, catechese in een tijd van vroomheid en verlichting’,
in Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, 1999, 79/2, 204-225.

‘Liduina van Schiedam in haar context’ in Beelden
van Liduina, die maghet van Scyedam
,
Schiedam 1999, p. 37-52

‘”Men zelden ziet een koordendanser in zijn bed
sterven…”: de Protestantse kerk in Nederland en zelfmoord’, in De
Achttiende Eeuw
33, 2001/2, 133-140

‘En wat men zong, wist men, dat psalmen waren.
Psalmzingen in de protestantse traditie in Nederland’, in Herademing,
tijdschrift voor Spiritualiteit en Mystiek
, 2001/34, 32-36

‘De Psalmen als mobiel liturgisch centrum’, p.
155-163 in Liturgisch Centrum, Taal in
Schrift en Eredienst, opstellen voor Dirk Monshouwer,
Hilversum 2001, red.
Gerben Westra

‘Zielzorg. Visitatie en catechisatie in de
kerker’, in Achter slot en grendel, schrijvers in Nederlandse gevangenschap
1700-1800,
red. Anna de Haas, Zutphen 2002, p. 37-42

‘Kiezen en delen, over bijbelleesroosters in de
liturgie’,
in Vieren, tijdschrift voor wie werkt aan liturgie, 2004/1, 22-26

In orde, oecumenisch leesrooster 2004-2007, eindredactie, Zoetermeer/Hilversum 2004

In orde, oecumenisch leesrooster 2007-2010, eindredactie, Zoetermeer/Amersfoort 2007

In orde, oecumenisch leesrooster 2010-2013, eindredactie, Zoetermeer/Amersfoort 2010

Liedteksten in Liederen
en gebeden uit Iona en Glasgow,
Kampen 2003, 22, God, de stem die sprak, en
44, Neem de plaats, de ruimte en de tijd, en in

Opstaan!
meer liederen uit Iona, Glasgow en de rest van de wereld
, red. Ned. Iona groep, René Silvis, Dirk
Strasser, , Kampen 2008, onder andere 24, Opstaan,
morgen!,
25, Schemering omgeeft ons,
31 Vrede wens ik je toe.

‘Die Statenberijming von 1773 in den Niederlanden,
Staatliches Bemühen, theologische Grundlagen und kirchliche Rezeption’, in Der
Genfer Psalter und seine Rezeption in Deutschland, der Schweiz und den
Niederlanden. 16.-18. Jahrhundert
.
Hg. v. Eckhard Grunewald, Henning P. Jürgens und Jan R. Luth. 2004, Tübingen

Roel A. Bosch, Schortinghuis,
inleiding met kernteksten,

Kampen 2006 Uit betrouwbare bronnen

Roel Bosch, ‘Vragen naar thuis, contextueel studentenpastoraat’,
p.225-243, in Uit betrouwbare bronnen. De
pastorale praktijk vanuit contextuele optiek
, Marianne Thans, red., Zoetermeer
2007

Roel A. Bosch, De
kleur van God, drie jaar teksten en tekeningen bij het leesrooster,
Zoetermeer 2007

Roel Bosch, Godsdienstig liberalisme in de
Gereformeerde Kerk. Antonius van der Os, slachtoffer van het licht’, in Een veelzijdige verstandhouding; Religie en
Verlichting in Nederland 1650-1850,
111-118, Nijmegen 2007

Roel Bosch, ‘De eredienst als strijdperk van
Verlichting. De psalmberijming van 1773’, in Een veelzijdige verstandhouding; Religie en Verlichting in Nederland
1650-1850,
209-226, Nijmegen 2007

Roel Bosch, ´Evangelische
gezangen´, in Het Gereformeerde Geheugen, protestantse herinneringsculturen in
Nederland, 1850-2000
, George Harinck e..a red., Amsterdam 2009, 551-562

Roel A. Bosch, ‘Geordend bijbellezen in kerkelijk
Nederland, het oecumenisch leesrooster van 1997 tot heden’, in Beter meer dan een… de bijbel in het
Nederlands
, Boxtel 2009, red. Ph. van Heusden.

R.A.Bosch, ‘Van psalmtekst naar lied, van
vertaling naar berijming’, p.15-27 in Met
Andere Woorden 31/3, themanummer Psalmen
, sept. 2012, Nederlands
Bijbelgenootschap

Roel A. Bosch, Er
zijn. Keltisch-christelijk geloven
, Zoetermeer 2013

Roel Bosch, in Liedboek,
zingen en bidden in huis en kerk
, Den Haag/Zoetermeer 2013,
liedteksten 23c*, 62c, 131a, 153, 223, 299k, 821, 879, vertalingen p. 1317,
p.1336, p. 1337, p. 1415 (3), p. 1525, teksten p. 1375 (1), p. 1488 (1)

Roel Bosch, ‘Verlichte vriend van duisterlingen,
Jan Scharp 1756-1828’, in Verlichting in
Nederland 1650-1850, Vrede tussen Rede en Religie?
, red. Jan Wim Buisman,
Nijmegen 2013