Blog Image

Roel Bosch

Over dit blog

Beschouwingen en teksten, columns en artikelen.
Vrij gebruik in context waar de teksten tot hun recht komen, met auteursvermelding.

Hoor, Smid van de hemelen!

Teksten Posted on zo, november 21, 2021 21:12:09

Een harde tijd, IJsland rond het jaar 800. Strijd tussen stammen en groepen, wapengekletter. Smeden deden hun best de sterkte zwaarden te maken, hun pijlpunten te scherpen in het vuur.
In die tijd schreef Kolbeinn Tumason een gebed, Heyr hymna smiður. Als tekst is het overgeleverd, en nu, 1200 jaar later, op muziek gezet. Het klinkt krachtig en zacht tegelijk. Kolbeinn gebruikt de taal die hij kent, de woorden die hij kent. God is de smid die hemel en aarde gemaakt heeft, de kunstenaar die het materiaal volledig beheerst, de koning die zachtmoedig is en waakzaam. God: alles waar Kolbeinn en zijn mensen zo naar uitkijken.
Deze morgen klonk de tekst bij ons, als eerste deel van het gebed. Om stil van te worden. Gezongen door de Young Vocals, o.l.v. Daniël Claas.

Smid van de hemelen, hoor
wat de dichter vraagt.
Dat uw goedheid mij
stil bezoekt.
U roep ik aan,
want u hebt mij gevormd.
Ik ben uw knecht,
u bent mijn Heer.

God, ik roep u aan,
maak me heel.
Denk aan mij, Zachtmoedige,
we hebben u zo hard nodig.
Koning van alle zonnen,
vrijgevig, groot,
verdrijf elke menselijke zorg
uit de onrust van het hart.

Waak over mij, Zachtmoedige,
we hebben u zo hard nodig,
ja, zeker ieder moment
in ons leven als mens.
Zoon van de Maagd, zend ons
het goede,
alle hulp komt van u
en heelt mijn hart.

De muziek is van de groep Árstíðir.
Bij de vertaling van de tekst koos ik ervoor dicht bij de bron te blijven. ‘Smid van de hemelen’ wordt vaak vertaald door ‘Schepper van de hemel’, of ‘van hemel en aarde’. Het woord ‘schepper’ is een theologisch woord, ‘smid’ een ambachtelijke term. Ook het oudste Engelse lied over God, van Caedmon, rond 650, gebruikt een ambachtsterm: ‘Bouwmeester’. Die concrete taal kunnen we wel gebruiken. De woorden drukken ontzag en verwondering uit.





Het lied van de aarde

Teksten Posted on za, oktober 30, 2021 09:24:56

Tafelgebed ‘Het lied van de aarde’,
uit Vieren met teksten van de Wild Goose Resource group, Utrecht 2018, p. 87-89 – vertaling Roel Bosch

Een gebed bij het vieren van de tafel, uit de liturgische schatkamer van de Iona Community.

V: De harten omhoog!
A: Als bloemen naar de zon!
V: Laten we God danken.
A: Het is goed om God te danken en te prijzen

Goed is het dat we u prijzen,
en dat we weten dat we dat niet alleen doen.

Elk atoom zingt van u,
het kleinste schepsel en de hoogste berg
zijn getuige van uw creativiteit;
de kracht van muziek die ons raakt
en het kind dat ons vol vertrouwen de hand reikt
dragen uw liefde op ons over.

Ook al horen wij ze niet,
de bossen zingen van vreugde.

Ook al zien we ze niet,
de heuvels dansen als lammeren.

Ook al merken we het niet vaak op, dagelijks speelt de schepping een symfonie,
een schouwspel voor u.

In deze wereldwijde muziek zijn wij, schepsel uit uw hand, opgenomen.

Daarom zingen we,
met de bossen en de heuvels,
met de natuur en al haar harmonie en vreemde klanken.

En we zingen,
met mensen in alle landen,
met de talen van alle volken.

En we zingen,
met hen die ooit met ons aan tafel zaten
en nu te gast zijn bij u in de hemel

En we zingen
met de engelen en de heiligen
die nooit zullen zwijgen,
want u bent er altijd bij.

Met hen zingen we het lied van uw glorie:

Sanctus en Benedictus/ Heilig, gezegend die komt
(liefst een gezongen vorm, anders gesproken door allen:)
Heilig, heilig, heilig, God,
God zo krachtig en sterk;
hemel en aarde zijn vol van uw glorie,
hosanna in de hoge!
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna in de hoge!


Heilige God, u geeft zoveel meer dan wat wij kunnen geven!
Met dank en eerbied gedenken wij hem
die onze gastheer en onze redder is.

Hij werd geboren in het duister,
als ons eigen vlees en bloed, zo kwam hij.
Gedoopt werd hij in solidariteit met allen
die verlangen naar een betere wereld,
hij raakte de mensen aan die met hun ziekte hem zouden kunnen besmetten,
hij at met de mensen die zijn naam naar beneden konden halen,
als ons eigen vlees en bloed, zo kwam hij.

In ieder gewoon mens herkende hij het unieke,
dode traditie vormde hij om tot levend geloof,
hij troostte en schokte,
maakte heel en bracht in verwarring,
als ons eigen vlees en bloed, zo kwam hij.

En toen: genegeerd door wie hem gevolgd hadden,
gekruisigd door wie bang voor hem waren,
dood, begraven,
verdoemd naar de hel –
totdat de hemel zijn opstanding eiste
en hij opstond om alles wat wij geruïneerd hadden op te richten.
Ons eigen vlees en bloed,
hem houden we hoog,
Jezus is zijn naam.

God, heilig, genadig,
die hier nu bij ons is,
zend uw heilige Geest
over dit brood en deze beker,
en vul ze met de volheid van Jezus Christus.

En terwijl we delen in deze heilige gaven,
geef dat de Geest ons voedt, omhelst en verandert
totdat we door het geheim van uw genade
weten dat we zijn eigen vlees en bloed zijn,
en de keus maken om Christus lief te hebben en te volgen,
nu en altijd. Amen.

Lindenlaan Zeist, okt. 2020- foto Roel Bosch



Een vergetelijk volk

Columns Posted on do, juni 03, 2021 16:08:27

Onze kerk staat dicht bij hun gebouw, een oude drukkerij, en daarom vroegen ze of we kennis mochten maken. Nou ja, dichtbij, er zitten 800 meter tussen, maar onze website kwam hen gastvrij over. Dus nu zitten ze hier, Ab en Abdoel, noem ik hen maar even*. Samen met een vrijwilliger die zich hun zaak aantrekt. Ab woont nu 25 jaar in Nederland, gevlucht uit het Oosten van China. Abdoel kwam 11 jaar terug naar ons land. Ze wonen in Zeist, werken hier, en spreken Nederlands.
Toen Ab in Nederland kwam bestond er nog geen Nederlandse spelling voor zijn volk: Uiguren, naar het Engels, schreef men toen. Inmiddels weet iedereen wel waarom het gaat. Dat land, ingeklemd tussen de Sovjet-Unie en China, werd in 1949 ingelijfd in China, als cadeau van de Sovjets. Waarom ze nu bij ons langskomen? Nee, om hulp komen ze niet vragen. Eerder komen ze hulp aanbieden, een grote waarschuwing. Over hoe geleidelijk het kan gaan. In 1949: ze zouden gefedereerd meedoen met China, met behoud van eigen taal en cultuur. Vanaf 2015: de repressie nam zulke vormen aan dat concentratiekampen, moord in gevangenissen en vernietiging van de gemeenschap gewoon werden. Nadat eerst de jonge mannen, toen de geleerden, toen de mensen met geld verdwenen waren. Een volk zonder kader ging verloren.
We luisteren naar hen, en hun ervaringen. De Chinese politie weet hen ook hier te vinden. Maar bang zijn ze niet. Ze staan voor waarheid, de waarheid is de vrijheid. En ze staan voor het recht om hun eigen verhaal te vertellen.
Ze spreken Nederlands. Een lastige taal, als je een heel andere moedertaal als basis hebt. De combi van talen roept wel nieuwe woorden wakker. ‘We zijn een vergetelijk volk’, zegt Ab. Ik begrijp het direct. Je kijkt zo over hen heen, vergeet waar ze wonen, zo ver ergens in Azië, er komt geen schip langs, reizigers laten het al heel lang links liggen. Maar ze zijn er. Hoe lang nog? En die andere vergetelijke volken, de jongeren in Hongkong, de mensen van Taiwan, de Tibetanen? En straks de Serviërs, of de Hongaren van Orban? De Afrikanen die hun spoorlijnen door China laten bouwen?
Bij alles wat ze vertellen lijken ze niet uit het veld geslagen. We delen druiven, een kaars brandt, we zitten in de Shalomzaal van onze kerk. Vrede, waarheid, schoonheid zijn sterker, geloven we. Soms is geloof broodnodig, denk ik dan.



* Geen volledige namen hier. In 2015 belde de vader van Ab hem met de vraag contact op te nemen met de politie in vaders woonplaats. Ab deed dat niet, maar vond het goed dat vader zijn nummer deelde. In een gesprek deed de politie hem vele beloften: hij kon terugkomen, hem zou niets overkomen. Hij zei dat hij daar niet op in zou gaan. De dag daarna werd zijn vader opgepakt. Na twee maanden kregen de familie bericht dat hij gestorven was in zijn cel, en ook al begraven.

Informatie over hun centrum, en de Stichting Europa Oost-Turkistan Educatie Centrum, Seotec:
http://nl.seotec.org/



De boom die opnieuw gewijd werd

Columns Posted on za, maart 27, 2021 14:31:11

Zo kan dat daar gaan. Een kerk die teken is van hoop wordt aangevallen. Een kerk op Capitol Hill, Washington DC. Twee keer stalen ze uit het portaal banners met ‘Black Lives Matter’. En nu hing in de boom voor de kerk een strop, neongroen met gele stippels, onmiskenbaar voor de leden van het koor, die op deze vrijdagmorgen kwamen repeteren.
De politie nam het serieus, er wordt opnieuw een onderzoek naar ‘hate crime’ ingesteld. Maar ook bisschop Mariann Budde kwam, zo snel ze kon. ‘We moeten bidden’, zei ze, en ze gingen naar de boom. Weet je, zegt pastor Michele Morgan, in onze traditie zijn zegenen en wijden belangrijk. ‘Onze bisschop wijdde de boom opnieuw in, zodat hij weer dat kan zijn wat een boom moet zijn. Dat raakte me. Ik denk dat dat het mooiste is wat de kerk kan doen.’

foto Michelle Morgan


Van symbool van haat, van instrument van dodelijke haat, werd de boom weer boom zoals een boom zijn moet. Een boom die, zoals de psalmen dat zingen, God kan zegenen en mensen kan groeten. De haat heeft niet het laatste woord. Ook niet over deze boom aan een laan in Washington DC.

Hier het hele verhaal.



de psalmen voor het moderne leven, 4 –

Columns Posted on za, januari 30, 2021 15:52:53

Arthur Wragg leest inclusief

Vanuit welk perspectief leest een mens? Als ik er verder niet bij nadenk lees ik teksten vanuit mijn eigen positie. Als man, als Nederlander, als gelovige-op-mijn-manier, als voorganger in een christelijke gemeente, als iemand in een goed huis met prima levensvoorzieningen – de rij kan nog langer worden. Zo lezen mensen ook de bijbel, vanuit hun eigen situatie. Een tekst uit een Psalm  probeer ik dus al gauw onder te brengen in mijn eigen denkkader.
In Psalm 4:3 staat: ‘Jullie mannen, waarom maken jullie me te schande?’ Veel lezers en predikers denken dan aan de ene man die door andere mannen bedreigd wordt, gaan misschien over David spreken, achtervolgd door Saul, of over Navalny achterna gezeten door Putin.

Het opmerkelijke is dat Wragg regelmatig de tekst in een ander perspectief plaatst. Bij dit vers uit Psalm 4 zien we een jonge vrouw, in een sobere kamer, op een eenpersoonsbed. Aan de muur een kruis, een poster van een filmster. Een koffertje, nachtkastje met open lade, zelf zit ze in zichzelf gekeerd, rechterband op haar linkerschouder. Ze lijkt in verwachting te zijn. Dan klinkt die tekst heel anders: ‘Jullie mannen, waarom maken jullie me te schande?’ Daar zit ik, alleen gelaten, een kind op komst, wie ziet mij, bij wie kan ik veilig slapen?

Bij Psalm 69 is het tafereel explicieter, komt er een beeld van sexuele uitbuiting bij. ‘Gij kent mijn smaad, mijn schaamte en schande, al mijne tegenstanders zijn vóór u.’ Je ziet een vrouw, minstens ten dele naakt. Ze kijkt niet gelukkig. In haar hand heeft ze een bankbiljet. Achter haar een man, een vierkant, gesloten gezicht, de manier waarop hij kijkt laat zich niet gemakkelijk lezen. Begeerte, bezit, verachting? Een plaat uit 1933 die zo kan aansluiten op een systeem van sex-trafficking en vrouwenhandel in de 21ste eeuw. En dat bij de smaad, de schande en de schaamte van Psalm 69.

Is het vreemd wat Wragg doet? Vanuit bijbels oogpunt is het opmerkelijk dat de psalmen van vrouwen, de lofzang van Hanna, 1 Samuel 2, en van Maria, Lucas 1, zo expliciet zijn over machtigen die vallen en kleinen, nederigen, armen die overeind gezet worden. En dat elementen uit deze psalmen terugkomen in de teksten die Wragg hier kiest als onderwerp voor een heel eigen illustratie.

In het psalmboek heeft Psalm 45 een geschiedenis van verwarring. In oosterse breedsprakigheid bezingt de dichter de machtige koning en hoe de mensen tegen hem opkijken. Zijn hele harem ziet naar hem op, de vrouwen doen hun best om bij hem in de smaak te vallen. Een manier om ermee om te gaan was, hem symbolisch te duiden: de koning, dat is de sabbat, die met vreugde begroet wordt. Later, in de christelijke traditie: dit gaat over Christus en zijn volk, zijn gemeente. In de psalmkeuze van veel kloosters klinkt de psalm op zaterdagavond, als begroeting van de zondag. Maar verder wordt hij toch zelden of nooit gezongen.

Wragg blijft steken bij vers 17: ‘Op de plaats uwer vaderen staan eenmaal uwe zonen, gij stelt hen aan tot vorsten in het gansche land.’ Een mooie belofte. De werkelijkheid is heel anders. Je ziet een dubbele begrafenis, grote kist en kinderkist, gevolgd door vrouw, kind op de arm, kind aan de arm, kinderen van verschillende leeftijden er voor en achter. De moeder, de vrouw lijkt emotieloos, sterk, ze zal de toekomst met wie over zijn moeten dragen. De stoet loopt langs de ‘Nieuw Malthusiaansche Kliniek’. Te laat dat ze hier zijn, hier werden middelen voor geboortebeperking verstrekt, om de overbevolking van de aarde te voorkomen. Het hele drama van de alleen achterblijvende vrouw met een huis vol kinderen in één plaat. Niks geen koning die aanbeden wordt door vrouwen. Zij moet doen wat ze kan om nog wat te maken van haar eigen leven en dat van haar kinderen.

Is dat het, de somberte, de neergang? De mooiste plaat uit het boek is voor mij een heel andere. Geen mensen er op, vrijwel geen decor, alleen de was wapperend in de wind. En in die was, die kleding, zijn toch de mensen herkenbaar. Werkkleding is het, stoer en stevig, versteld met lappen, gedragen zolang het kan. Maar ook: gewassen. Hier wordt aandacht besteed aan schoonheid, aan goed voor de dag komen. Hier mag de wind het laatste werk doen, de kleding voorbereiden voor de dag dat je denkt: Ha, fijn, weer frisse kleren. In een cultuur waarin wekelijks schone kleren een luxe was een royale plaat, een die je de wind laat voelen: ‘Die de winden uit hun voorraadskameren oproept’, Psalm 135:7. Een mythologisch beeld, de winden in hun kamers opgeborgen, wordt opeens tot levende en levendige werkelijkheid. De wind, de geest, de adem van de Eeuwige vernieuwt het gezicht van de aarde.

Bij De psalmen voor het moderne leven in de nieuwe vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink, Baarn (1933), naar ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’.

– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.

In vorige bijdrages: arm, rijk en onrecht (1),  verwondering (2), oorlog en vrede (3).

Zie over Wragg:

Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



de psalmen voor het moderne leven, 3 –

Liturgie en kerkmuziek Posted on ma, januari 25, 2021 22:02:54

Arthur Wragg leest oorlog en vrede

‘God, die lansen stukslaat en strijdwagens verbrijzelt’, zingt een van de Psalmen. In de theologie van het Oude Testament lijkt het alsof er een beweging gaande is: vanaf de oudste teksten, met ‘onze God is de allersterkste God’, hij maakt dat we de tegenstanders allemaal de zee injagen, wij zijn de sterkste vechters, naar: nee, macht en geweld zullen ons geen hulp bieden. Vrede komt op een andere manier. De vijand gaat aan zichzelf ten onder. Die visie groeide in de tijd na de ballingschap, toen Juda geen eigen macht meer had, maar ondergeschikt was aan machtige buren.

Het is duidelijk dat Arthur Wragg de tweede lijn omarmde. Wie het zwaard opneemt, zal er door vergaan, zei Jezus dat niet? En kijk nu eens wie het slachtoffer worden van dat zwaard? De kinderen liggen dood op de trap, de kinderen van Israël net als die van Babylon. Merkt op, gij redeloozen onder het volk! en gij , dwazen, wanneer zult gij verstandig worden? Psalm 94 schreeuwt het uit, over de dood van weduwe en vreemdeling, de moord op de wees. Huiveringwekkend haalt Wragg de verschrikkingen van het gifgas weer op. In een land waar zoveel jonge soldaten omkwamen door de gaspatronen in de loopgraven was dat nog te meer een horrorbeeld. In zijn beeld is het een kind, de pop nog in de hand, met de grote woorden van Oorlog voor Recht en Gerechtigheid in beeld.

Maar ondertussen gaan de mensen verdwaasd door, richting de oorlogsmachine. De Nederlandse uitgever heeft de tekst op het affiche flink moeten aanpassen. Soesterberg, de luchtmachtbasis, komt er op voor. De Volksweerbaarheid, opgericht in 1900, eveneens: een vereniging die met gymnastiek, oefening en tucht jonge Nederlanders beter bekwaam wilde maken voor een leven als militair. Wragg staat er bij en roept de woorden van Psalm 32:9, Wees niet als een paard, als een muildier zonder verstand, bedwongen slechts door teugel en gebit.

Waar doen al die mensen dat voor, zich klaarmaken voor de strijd? Is dat geen afgodendienst? En heet die afgod dan nu, heden ten dage, niet patriotisme? Het Engeland van 1933 was trots op zichzelf, een rijk waar de zon nooit onderging, met een taal die over de hele wereld verstaan werd. Wat een eer om bij dat Dominion te horen! Gladder dan vet is zijn mond, maar zijn binnenste is strijd, gooit Wragg er, met Psalm 55:22, tegenin. Die heersende positie gaat ten koste van slachtoffers, binnenslands, binnen het Rijk, overal op aarde. Vergeet hen niet!

De psalmist in de bijbel is vaak moe, bang, teleurgesteld, voelt zich een vreemde, verbannen van de plaats waar ze zou willen zijn. Psalm 120 spreekt daar van, de eerste bedevaartspsalm. Ik hoor hier niet, lijkt het te klinken, hier, waar ze zich voorbereiden op de strijd. Te lang reeds woont mijne ziel bij hen, die den vrede haten. Ik wil slechts vrede, maar als ik spreek, dan maken zij strijd. Zij, zij willen liever bommen en granaten, steeds mooier en moordender. Wanneer zal ik gaan, op naar het huis van de stad van vrede?

Ballingen, vreemden, zo zijn de christenen in een gewelddadige wereld, zo ziet Wragg het. Het bijbelse beeld van de ballingschap verwijst naar Babel, de stad waar je de taal niet spreekt. En verwijst naar het gekooid zijn, als een vogel die moet zingen op bevel van degenen die hem opgesloten hebben. Maar hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen op vreemden grond? Psalm 137 zingt ervan. Wragg maakt het beeld erbij. De eenzaamheid, kooien zo opgehangen dat de vogels elkaar hooguit kunnen horen, is navrant aanwezig.

Maar dan die Psalm 46: Die oorlogen bedwingt tot het einde der aarde. Als mensen dan samenkomen is het niet met wapens, met gifgas, met boze blikken, maar zijn ze samen van heinde en ver. De witte vlag wordt gehesen, van geen land en dus van alle landen, zonder betekenis en dus van de grootste betekenis, de vlag van vrede, van samen, van vrijheid, eindelijk vrijheid.

Wragg verhief zijn stem door te tekenen. Hij hielp mensen anders kijken naar de vanzelfsprekendheden. De tekst van de psalmen hielp hem om anderen wakker te schudden. In Schotland ontstond kort na het verschijnen van zijn boek de Iona Community, gestart door ds. George McLeod, die sociale gerechtigheid en pacifisme verbond aan christelijk geloof en een oecumenische instelling. Het zou een kleine beweging blijven. Maar de stem werd gehoord.

Bij De psalmen voor het moderne leven in de nieuwe vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink, Baarn (1933), naar ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’.

– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.

In vorige bijdrages: arm, rijk en onrecht (1) en oorlog en vrede (2).

In een volgende: inclusief lezen, vrouwen in de geïllustreerde psalmen.

Zie over Wragg:

Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



de psalmen voor het moderne leven, 2

Kerk en kerkgeschiedenis, Liturgie en kerkmuziek Posted on zo, januari 24, 2021 21:29:14

Als Arthur Wragg de psalmen illustreert, verschijnt er net zo’n beeld als in het psalmboek zelf: dat van grote diversiteit. Aan de ene kant van het vouwblad zie je een louche tent, in grote neonletters DOLLE NON-STOP! Mensen laten het geld rollen, hun blikken zijn naar binnen gekeerd, hun hoeden bedekken hun gedachten, en geen van hen ziet het onheilspellende bord: De goddelozen zullen in de hel geworpen worden. De arme man of vrouw die dat bord omhoog houdt is geheel aan het zicht onttrokken. Val ons niet lastig. Psalm 82 in een notendop. (Afbeelding: zie de vorige bijdrage.)

Maar niet heel zijn boek ziet het somber in. Aan de andere kant van het vouwblad een heel andere wereld. Een kathedraal van hoge bomen, in diepe stilte zit een man geleund tegen een stam. Zijn fiets staat een boom verderop. Voorzeker, één dag in uwe voorhoven is meer dan duizend in mijne woning, Psalm 84:11. Ook de vrede vindt een plaats. En dan de vrede van de natuur, van de ceders, de beuken, de eiken. In deze zelfde tijd eisten arbeiders in Engeland de toegang op tot de natuur die rond de steden overvloedig aanwezig was, maar eigendom van grootgrondbezitters. Tegen de wet in gingen ze op de vrije zondag wandelen in afgesloten gebied, lieten zich arresteren, totdat er een koerswijziging plaatsvond en de natuur openbaar toegankelijk werd. Een zelfde beweging, maar iets minder fel, leidde in Nederland tot de Natuurvrienden, het NIVON.

Nog zo’n majestueus beeld kon deze bijbeltekst oproepen: Uwe groote daden wil ik vertellen, Psalm 145:6. Bijzonder hoe Wragg dan juist het beeld weergeeft van iemand die door een microscoop zit te turen naar iets wat heel klein is, vast en zeker tegelijkertijd heel bijzonder en groots.

Een andere opgeruimde psalm zingt van vrede tussen mensen, samenleven in harmonie, bij dag en bij nacht: Ziet, hoe goed, hoe liefelijk is het, als broeders eendrachtig samenwonen, Psalm 133:1. Je ziet een Engelse stadswijk, met bomen, groen, een perk, links in het donker, rechts in het daglicht. Twee honden groeten elkaar vriendelijk, mensen praten met elkaar, de een loopt met een brief naar de ander, of naar de brievenbus.

De psalm die wereldwijd en de tijden door misschien wel het meest bekend is: Psalm 23, krijgt een heel bijzondere plaat. Geen herder en geen schapen, geen diep dal van duisternis, maar het felle licht van de lampen op een operatiekamer, met mensen in volstrekte toewijding om de patiënt heen. Met daarbij de tekst: Ook al reis ik door een duister dal, ik vrees geen kwaad, want gij zijt met mij. (Psalm 23:4) Het operatieteam vertegenwoordigt de hoedende hand van God.

Hoe lezen we de prent bij Psalm 40:18? We zien een oude, magere vrouw, de dood in het gezicht, alleen op een stoel in een kamer. Maar de HEER zorgt voor mij, Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder, o mijn God, vertoef niet!, staat er naast. Is het een beeld van vertrouwen, van geloof op God? Is het een oproep om dat vertrouwen te steunen in daden van nabijheid en zorg? Hoe dan ook is de vrouw naar het leven geschetst. Arthur Wragg zag de psalmen landen in het leven van de mens, nu, in de moderne, bittere, harde tijd.

Bij De psalmen voor het moderne leven in de nieuwe vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink, Baarn (1933), naar ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’.

– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.

In een vorige bijdrage: arm, rijk en onrecht.

In een volgende bijdrage: oorlog en vrede.

Daarna: inclusief lezen, vrouwen in de geïllustreerde psalmen.

Zie over Wragg:

Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



de psalmen voor het moderne leven

Liturgie en kerkmuziek Posted on vr, januari 22, 2021 21:43:37

In mijn boekenkast kwam een boek terecht met het woord ‘modern’ in de titel. Het ligt wat uit elkaar, het papier is geel, er staat een paar keer een prijs in potlood in genoteerd. Heel wat handen ging het door. De belettering is ‘modern’, ja, zonder hoofdletter, stevige letters zonder schreef, rood op zwart. Een jaartal vind je niet bij de gegevens, maar in de inleiding is het toch te dateren: de Engelse oorsprong verscheen in 1933. Van ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’ kwamen in twee maanden vijf drukken op de markt.


Een uitgever bracht deze uitgave graag naar Nederland, en vroeg aan prof. H.Th. Obbink om het boek in te leiden en er zijn psalmvertaling voor af te staan. En zo staat het in mijn kast, 150 psalmen met platen.
De illustrator, geboren in 1903, is hier degene die de leiding heeft. Als reclametekenaar verdiende hij zijn brood, zijn werk was in trek. Ondertussen zag hij de wereld om zich heen verkruimelen. Vanaf de Great War was het kommer en kwel geweest, met de Spaanse griep als ramp na de ramp. Toen de samenleving wat beter ging draaien kwam de Beurskrach van 1929, waaraan ook Engeland diep te lijden had. In sommige streken raakte 70% van de beroepsbevolking werkloos. Arthur ontwikkelde weerzin tegen het onrecht, de onderdrukking; tegen het systeem van onbetaalbare medische zorg, van ontslag zonder rechten, van het maken van wapens die nog erger zouden worden dan die in de vorige oorlog. In de socialistische pers ga je zijn platen tegenkomen. Het grote geld, de ophitsers, de oorlogsmakers, de mensen die de armen uitzogen – hij beeldde ze uit, veelzeggend zonder woorden. Toen kwam hij hen tegen in de psalmen en maakte zijn eigen boek, voor eigen risico. Uiteindelijk zou het 10 drukken beleven, en grote invloed hebben op de visie van velen. In zwart en wit, clair-obscur, etste hij een wereldbeeld dat velen bij zou blijven.
Het woord ‘modern’ klinkt licht en luchtig, opgeruimd. De eerste betekenis zouden we haast vergeten: hodierna, het leven van vandaag, deze dag. Het leven zoals we dat nu om ons heen zien, waaraan we niet kunnen ontkomen. Zo moeten we de platen zien – als krantenfoto’s bij de oude bijbelse tekst. Dat levert vonkende beelden op.
Neem de plaat met dansende mensen in de drukte van het uitgaansleven. Daarnaast de tekst uit de psalm ernaast, Psalm 82,5: in duisternis wandelen zij voort, alle grondvesten der aarde wankelen. Die feestvierders brengen de aarde aan het wankelen. Zij hebben het goed ten koste van het loon van de arbeider, dat naar hen roept.
– – –

Dan komen we bij Psalm 102: 21 een bekend gezicht tegen. ‘Om het zuchten der gevangenen te hooren en ontkoming te schenken den kinderen des doods’, met daartegenover de kop van Mahatma Gandhi, diverse malen gevangen gezet door de Britse overheid in India.

Of die plaat van een reus van een rijkaard, met aan zijn voeten de zwetende en zwoegende kleine mensjes van de dag: ‘gladder dan vet is zijn mond, maar zijn binnenste is strijd’, Psalm 55,22.
– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.
In een volgende bijdrage: oorlog en vrede.

Zie over Wragg:
https://illustrated-books.co.uk/arthur-wragg-penmanship-poverty-and-war/


Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



Volgende »