Blog Image

Roel Bosch

Over dit blog

Beschouwingen en teksten, columns en artikelen.
Vrij gebruik in context waar de teksten tot hun recht komen, met auteursvermelding.

De boom die opnieuw gewijd werd

Columns Posted on za, maart 27, 2021 14:31:11

Zo kan dat daar gaan. Een kerk die teken is van hoop wordt aangevallen. Een kerk op Capitol Hill, Washington DC. Twee keer stalen ze uit het portaal banners met ‘Black Lives Matter’. En nu hing in de boom voor de kerk een strop, neongroen met gele stippels, onmiskenbaar voor de leden van het koor, die op deze vrijdagmorgen kwamen repeteren.
De politie nam het serieus, er wordt opnieuw een onderzoek naar ‘hate crime’ ingesteld. Maar ook bisschop Mariann Budde kwam, zo snel ze kon. ‘We moeten bidden’, zei ze, en ze gingen naar de boom. Weet je, zegt pastor Michele Morgan, in onze traditie zijn zegenen en wijden belangrijk. ‘Onze bisschop wijdde de boom opnieuw in, zodat hij weer dat kan zijn wat een boom moet zijn. Dat raakte me. Ik denk dat dat het mooiste is wat de kerk kan doen.’

foto Michelle Morgan


Van symbool van haat, van instrument van dodelijke haat, werd de boom weer boom zoals een boom zijn moet. Een boom die, zoals de psalmen dat zingen, God kan zegenen en mensen kan groeten. De haat heeft niet het laatste woord. Ook niet over deze boom aan een laan in Washington DC.

Hier het hele verhaal.



de psalmen voor het moderne leven, 4 –

Columns Posted on za, januari 30, 2021 15:52:53

Arthur Wragg leest inclusief

Vanuit welk perspectief leest een mens? Als ik er verder niet bij nadenk lees ik teksten vanuit mijn eigen positie. Als man, als Nederlander, als gelovige-op-mijn-manier, als voorganger in een christelijke gemeente, als iemand in een goed huis met prima levensvoorzieningen – de rij kan nog langer worden. Zo lezen mensen ook de bijbel, vanuit hun eigen situatie. Een tekst uit een Psalm  probeer ik dus al gauw onder te brengen in mijn eigen denkkader.
In Psalm 4:3 staat: ‘Jullie mannen, waarom maken jullie me te schande?’ Veel lezers en predikers denken dan aan de ene man die door andere mannen bedreigd wordt, gaan misschien over David spreken, achtervolgd door Saul, of over Navalny achterna gezeten door Putin.

Het opmerkelijke is dat Wragg regelmatig de tekst in een ander perspectief plaatst. Bij dit vers uit Psalm 4 zien we een jonge vrouw, in een sobere kamer, op een eenpersoonsbed. Aan de muur een kruis, een poster van een filmster. Een koffertje, nachtkastje met open lade, zelf zit ze in zichzelf gekeerd, rechterband op haar linkerschouder. Ze lijkt in verwachting te zijn. Dan klinkt die tekst heel anders: ‘Jullie mannen, waarom maken jullie me te schande?’ Daar zit ik, alleen gelaten, een kind op komst, wie ziet mij, bij wie kan ik veilig slapen?

Bij Psalm 69 is het tafereel explicieter, komt er een beeld van sexuele uitbuiting bij. ‘Gij kent mijn smaad, mijn schaamte en schande, al mijne tegenstanders zijn vóór u.’ Je ziet een vrouw, minstens ten dele naakt. Ze kijkt niet gelukkig. In haar hand heeft ze een bankbiljet. Achter haar een man, een vierkant, gesloten gezicht, de manier waarop hij kijkt laat zich niet gemakkelijk lezen. Begeerte, bezit, verachting? Een plaat uit 1933 die zo kan aansluiten op een systeem van sex-trafficking en vrouwenhandel in de 21ste eeuw. En dat bij de smaad, de schande en de schaamte van Psalm 69.

Is het vreemd wat Wragg doet? Vanuit bijbels oogpunt is het opmerkelijk dat de psalmen van vrouwen, de lofzang van Hanna, 1 Samuel 2, en van Maria, Lucas 1, zo expliciet zijn over machtigen die vallen en kleinen, nederigen, armen die overeind gezet worden. En dat elementen uit deze psalmen terugkomen in de teksten die Wragg hier kiest als onderwerp voor een heel eigen illustratie.

In het psalmboek heeft Psalm 45 een geschiedenis van verwarring. In oosterse breedsprakigheid bezingt de dichter de machtige koning en hoe de mensen tegen hem opkijken. Zijn hele harem ziet naar hem op, de vrouwen doen hun best om bij hem in de smaak te vallen. Een manier om ermee om te gaan was, hem symbolisch te duiden: de koning, dat is de sabbat, die met vreugde begroet wordt. Later, in de christelijke traditie: dit gaat over Christus en zijn volk, zijn gemeente. In de psalmkeuze van veel kloosters klinkt de psalm op zaterdagavond, als begroeting van de zondag. Maar verder wordt hij toch zelden of nooit gezongen.

Wragg blijft steken bij vers 17: ‘Op de plaats uwer vaderen staan eenmaal uwe zonen, gij stelt hen aan tot vorsten in het gansche land.’ Een mooie belofte. De werkelijkheid is heel anders. Je ziet een dubbele begrafenis, grote kist en kinderkist, gevolgd door vrouw, kind op de arm, kind aan de arm, kinderen van verschillende leeftijden er voor en achter. De moeder, de vrouw lijkt emotieloos, sterk, ze zal de toekomst met wie over zijn moeten dragen. De stoet loopt langs de ‘Nieuw Malthusiaansche Kliniek’. Te laat dat ze hier zijn, hier werden middelen voor geboortebeperking verstrekt, om de overbevolking van de aarde te voorkomen. Het hele drama van de alleen achterblijvende vrouw met een huis vol kinderen in één plaat. Niks geen koning die aanbeden wordt door vrouwen. Zij moet doen wat ze kan om nog wat te maken van haar eigen leven en dat van haar kinderen.

Is dat het, de somberte, de neergang? De mooiste plaat uit het boek is voor mij een heel andere. Geen mensen er op, vrijwel geen decor, alleen de was wapperend in de wind. En in die was, die kleding, zijn toch de mensen herkenbaar. Werkkleding is het, stoer en stevig, versteld met lappen, gedragen zolang het kan. Maar ook: gewassen. Hier wordt aandacht besteed aan schoonheid, aan goed voor de dag komen. Hier mag de wind het laatste werk doen, de kleding voorbereiden voor de dag dat je denkt: Ha, fijn, weer frisse kleren. In een cultuur waarin wekelijks schone kleren een luxe was een royale plaat, een die je de wind laat voelen: ‘Die de winden uit hun voorraadskameren oproept’, Psalm 135:7. Een mythologisch beeld, de winden in hun kamers opgeborgen, wordt opeens tot levende en levendige werkelijkheid. De wind, de geest, de adem van de Eeuwige vernieuwt het gezicht van de aarde.

Bij De psalmen voor het moderne leven in de nieuwe vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink, Baarn (1933), naar ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’.

– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.

In vorige bijdrages: arm, rijk en onrecht (1),  verwondering (2), oorlog en vrede (3).

Zie over Wragg:

Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



Dank God voor onze dieren!

Columns, Natuur en dieren Posted on di, oktober 06, 2020 20:19:26

een overweging bij dierendag, 4 oktober –
Wat kunnen huisdieren dicht bij je hart zijn, en hoe bezorgd ben je als ze ziek zijn. De Amerikaanse theoloog en dominee, Nadia Bolz Weber, een alle conventies doorbrekende inspiratiebron van velen, ‘sarcastic lutheran’, schreef op haar blog een verhaal bij 4 oktober, de Dag van Sint Franciscus, Dierendag. Ze eindigt haar blog met een paar gedachten bij een Psalm, een echte Franciscaanse Psalm, een lied vol dieren. Ik vertaalde dit deel van haar tekst.

Psalm 148:7-12*
Loof de Heer vanaf de aarde,
jullie, grote zeedieren, diepten van de oceaan,
bliksem en hagel, sneeuw en wolken,
stormwinden die doen wat hij zegt,
jullie, bergen en heuvels samen,
fruitbomen en ceders,
wilde dieren en runderen,
kleine beestjes en vliegende vogels,
koningen van de aarde en van alle volken,
prinsen en heersers op aarde,
jonge mannen en vrouwen,
oude mensen en kleine kinderen.

Ik vind het mooi hoe eerst de vliegende wezens, de kruipende dieren, de bergen, heuvels, wilde dieren, runderen God loven – en dat dan pas de menselijke wezens ook nog eens mee mogen doen. Pas als de koeien geweest zijn dus.
Terecht. Eerst de koeien, dan wij. Want wij zijn ingewikkeld.
Ik denk dat dieren ons misschien wel wat kunnen leren over lof en dank, juist omdat ze niet zo ingewikkeld zijn. Ik denk namelijk dat God loven niet is: ‘vleiend Gods ego strelen omdat hij niet zo’n hoog zelfbeeld heeft en een kosmisch decor heeft gebouwd waarin hij geaaid wil worden.’ Ik weet wel zeker dat de koeien dat niet doen. De manier waarop de kruipende dieren van de aarde God prijzen is simpel; door over de aarde te kruipen. De schepselen prijzen hun schepper door schepsel te zijn. Hun zijn-zelf is de lof en dank die ze brengen aan de bron van hun er-zijn.

Ik denk dat het verschil is, dat de koeien hun waarde niet ontlenen aan iets dat los staat van God. De zeedieren kijken niet op de Dow Jonesindex of rekenen hun Body Mass Index niet na om te zien hoeveel ze waard zijn. Hun waarde ligt, net als die van ons, in hun schepsel-van-God zijn.

Hoe mooi is dat! En wat, als dat ook voor ons zou gelden! Wij zijn schepselen die God prijzen, gewoon door er te zijn, schepsel te zijn. Jouw bestaan op zich is al een daad van lof en dank aan de bron van je bestaan.
Misschien is dit de soort van ongecompliceerde liefde, de acceptatie, die we herkennen in onze lieve huisdieren, groot en klein.

Arwen, onze Friese stabij van vele jaren – 1999-2012

Dus, voor jullie die nog kleine pas beginnende huisdieren hebben: ik feliciteer je, en ik hoop dat je ze snel zindelijk hebt! Voor jullie die al langer met een huisdier als gezelschap leven, ik deel in jullie dankbaarheid voor hun liefde. En jullie die verdriet hebben om het verlies van een geliefd dier: ik ken de rouw die je doormaakt. Het is juist deze rouw die heilig is voor God, die ons allen gemaakt heeft.

* vertaling uit de Engelse vertaling die Nadia Bolz Weber gebruikt.



Minder, minder …

Columns Posted on do, april 02, 2020 20:34:50

‘elke keer wat mens nie gee niet
is mens minder
minder mens’

Op zoek naar teksten voor de dagen van Pasen blader ik ook wat gedichtenbundels door. Wat verschijnt er toch veel moois! Nu bleef ik steken in Antjie Krog, Broze aarde, een mis voor het universum. Op vrije wijze volgt ze de gang van de Requiemmis. Haar eigen betrokkenheid op de aarde, de zon, de maan, het leven, de bergen en zeker ook de mensen uit ze in elk onderdeel opnieuw. Dank en aanbidding, maar ook woorden van berouw en schuld klinken.
‘Wees ons genadig,
O Alles omvattende Aarde, wees ons arme stommerikke genadig!’
Het deel ‘Dies Irae’, dag van toorn, is het meest ingrijpend. Je ziet de mensen naast elkaar leven. De rijke dame die zich afvraagt hoe ze het beste anderen kan helpen, en die anderen, die slapen op straat en lijm snuiven… ‘Hoe leef ons’, hoe leven we, volslagen kosmisch-helend?
De vraag zonder antwoord? Maar wel met woorden die een richting wijzen. En onrustig maken.

elke keer dat je niet geeft
ben je minder
minder mens

Broze aarde, met links de Afrikaanse tekst, recht de vertaling door
‘O Brose Aarde, ’n Misorde vir die Nuwe Verbond’, is de oorspronkelijke titel.

Een paar teksten komen terug in de Paaswake, dit jaar, dat weet ik nu al.

Uitgeverij Podium,
Nederlandse vertaling Robert Dorsman en Jan van der Haar



Dicht op elkaar

Columns Posted on vr, maart 27, 2020 20:47:09

‘Kent u dat, lieve mensen?’, zou dominee Gremdaat zeggen. Dat je opeens geïrriteerd reageert op een ander, en later denkt: wat bezielde me eigenlijk? In ieder geval de gezinnen die in isolatie zitten, niemand mag het huis uit, de boodschappen worden in een doos voor de deur gezet, kunnen er van meepraten. ‘Ik wist niet dat mijn lieve dochters zulke vervelende kinderen konden zijn’, schreef de moeder die een dagboek bijhield van hun opgesloten bestaan, vanmorgen in dagblad Trouw.
Een wonder dat het eigenlijk zo vaak goed gaat. Geduldig wachten mensen tot er weer een klant de winkel in mag, tot het wagentje is schoongemaakt, tot de mevrouw voor ze uitgebreid heeft bestudeerd wat ze uit de diepvries wil halen. In rust staan ze in het Zeister bos naast het pad om te zorgen dat je op ruime afstand kunt passeren. Ouders die opeens tot juf en meester zijn gebombardeerd, hun kinderen die opeens een andere kant van hun ouders moeten verdragen redden het na wat omschakelen toch ook vaak best.
‘Ik zeg maar zo, zeg maar niets’, was het advies van astronaut André Kuijper, met vele maanden ervaring in ‘dicht op elkaar’. Houd even afstand. Als het lichamelijk niet kan, dan maar inwendig. Als het ene woord het andere oproept wordt het tijd te zwijgen. En weer terug te gaan naar wat er werkelijk toe doet, wat je met de ander gemeen hebt. Of ook: gewoon te zeggen wat je écht pijn doet, waarom je echt bezorgd bent, wie je mist, wat je vreest.
Ik moet denken aan teksten uit de Bijbel. Hoe Job, op zichzelf teruggeworpen en boos, uiteindelijk een andere kant ziet:
    ‘Nee, ik leg een hand op mijn mond, ik zeg niets’.
Vanaf dat moment gaat hem een licht op.
Maar er is ook die andere manier van zwijgen: die van de rechtvaardige die in de tang wordt genomen, het leven onmogelijk gemaakt.
   Maar ik houd mij doof en wil niet horen,
   ik doe als een stomme mijn mond niet open,
   ik ben als iemand die niet kan horen,
   geen verweer komt uit mijn mond.
Het is een Psalm, 38 – maar tegelijk herken je er ook de persoon van Jezus in. In het nauw, beklemd door vriend en vreemde. Alles wat hij zegt zal tegen hem gebruikt worden. Hier komt hij niet meer uit.
In het nauw, dicht op elkaar, opgesloten met de mensen van wie hij houdt, zo herkennen we de weg van God met mensen, deze weken. Alle getheoretiseer over waar God is, nu, in de crisis, loopt dood. Maar wel is er deze Levende, die deelt, en nabij is. En juist zo de ruimte geeft, de innerlijke ruimte, om mens te zijn.
Het verhaal van de moeder in de krant is nog niet af. Ze besluit haar verhaal als ze ’s avonds om zeven uur naast haar dochter van zes op bed zit. Dan gaan de klokken luiden, de klokken van troost en verbondenheid. Samen zijn ze stil. De kleine ruimte is deel van een veel groter geheel.

Luister en zie hier de video van de klok van de NoorderLicht, afgelopen woensdag. Met merel en al!



Een lege schaal

Columns Posted on vr, maart 20, 2020 18:03:05

Op de vierde zondag in de veertigdagentijd vieren we ieder jaar de tafel van de Heer. Het is een ‘lichtere zondag’ dan de andere vijf in deze periode, het wit van Pasen schemert al door het paars van de lijdenstijd heen. Ook deze zondag, 22 maart, zingen we het tafelgebed en staan een schaal en een kan op tafel. Maar ze blijven leeg.

     detail stola vierde zondag Veertigdagen, Gré van den Berg-Bakker

Er is wel meer dat leeg blijft, deze weken. De stoel voor de gasten in het verpleeghuis, dat is het eerste waar ik aan denk. De bussen die voor ons huis langsrijden, veel minder in aantal ook dan anders, op een veel legere Boulevard. De plaats aan tafel, waar iemand ziek is. Elke leegte verwijst naar een vervulling. Houdt een hoop levend. Smaakt naar meer.

Het is belangrijk dat we dat durven zeggen, tegen elkaar, en de leegte zo laten als die is. Pas als we daar de tijd voor nemen kunnen we ook weer verder. Een van de aspecten van het avondmaal is: uitzien naar de bruiloft van het Lam. De maaltijd waar voor ieder plaats is. Dat element zullen we vast en zeker ervaren zondag. Dat mag ons ook hoop geven. En verbondenheid met elkaar.

Gezegende zondag!



Nog iets anders in de kerk?

Columns Posted on di, maart 17, 2020 20:49:05

Raar idee. Vorige week donderdag, kort voordat Nederland op slot ging en de kerk dicht moest, zat groep 7 in de kerk. Spelletjes doen met gemeenteleden, of praten met de dominee. Nu vind ik een briefje met vragen, achtergelaten door een van de kinderen, in een lege kerk.
Ik herinner me die vraag wel: deze had ik nog nooit gehad. ‘Kan je als je predikant bent nog iets anders in de kerk doen?’ Dat was niet zo’n gemakkelijke. Voor hem was het serieus, dat zag ik. Ik had al wat verteld, over mijn taken, wat ik zo in een week doe. Voor kinderen en grote mensen toch vaak een andere wereld.
Anders … dan wat mensen denken dat de predikant doet? Of: anders dan wat mensen denken dat de kerk doet?
Het werd een leuk gesprek. Dat ik ook kan gaan wandelen, als predikant, met een groep mensen. Of een afwas doen, samen, na een ontmoeting. Of zingen in het koor, de cantorij. Of, denk ik nu, samen met een lukrake groep gemeenteleden om de tafel zitten, op anderhalve meter afstand, ja dat wel, om te bedenken hoe het nu allemaal anders kan, nu de gewone kerkdienst en het gewone pastoraat niet kan. Nooit een saai moment!

Mooi dat een kind deze vraag kan stellen. Grote mensen beginnen daar vaak niet aan. ‘Nog iets anders’… mensen van buiten hebben vaak een strak idee over wat ‘wij’ in de kerk doen en laten, vinden en menen, geloven en zeker weten. In deze dagen, van een nieuw perspectief, van vreemde ontwikkelingen, blijkt het dan toch heel anders te zijn. Ja, we bidden om steun en kracht, en ja, we kijken naar elkaar om, en nee, we hebben met elkaar een groot scala aan gedachten over ‘God’ in dit alles. Van ‘God is boos’ tot ‘God heeft pijn’ tot ‘God is de grote Verborgene’. En hoe vreemd, ook als het om mensen gaat komt een groot scala voorbij. Steeds weer anders, steeds weer een andere soort ontmoeting.
Mooi, dat kinderen hun vragen kunnen stellen. Ik wens ze toe dat zij ook steeds het andere zoeken, open staan voor anders-zijn, nieuwsgierig naar al die kansen om mens te worden.



…sneller verspreid dan angst…

Columns, Teksten Posted on zo, maart 15, 2020 19:34:05

God, U deelt het goede nieuws dat zich sneller verspreidt dan angst,
de moed die U geeft wortelt in het hart.
Wees met ons als ongerustheid groeit ,
wees met ons als onzekerheid knaagt.
Wees aanwezig als kinderen moeilijke vragen stellen
wanneer onze ouders zo ver weg lijken,
onze naasten onbereikbaar zijn.
Breng ons te binnen dat verbondenheid niet altijd betekent
dat we die ander moeten kunnen zien, vast moeten kunnen houden,
maar dat het ook kan betekenen: in de geest verbonden zijn
met hen die zich alleen voelen.
En help ons ook te bedenken dat U, de God die mens wilt zijn,
ook de God bent die ons wegroept uit het tumult
en zegt: sta stil,
erken, Ik ben die is,
Ik ben God, die met je gaat.
Amen.

vertaald, licht bewerkt, uit een gebedstekst van de Corrymeela Community, de vredesgemeenschap die al tientallen jaren in Noord-Ierland zoekt naar wegen van verzoening. En die geleerd heeft geduld te oefenen.



Volgende »